Welkom
Actueel
Ontwikkelingen
Nieuws
NVvP in het nieuws
Podotherapie
De Vereniging
Wereldcongres
Wetenschappelijk Onderzoek
Contact
Zoek een praktijk
Zorgverzekering
Links
Podotherapeuten/Login
 

Ontwikkelingen

Drukmeet systeem
Cad-cam systeem
Manuele therapie
Locoregionale anaesthesie

Drukmeet systeem


Een drukmeet systeem is apparatuur voor het digitaal analyseren van het looppatroon. Het analyseren van het looppatroon is een belangrijk onderdeel om de diagnose te stellen. Vaak is een visuele analyse voldoende. Voor klachten die niet snel genoeg verdwijnen, kunnen we een loopanalyse uitvoeren door middel van een drukmeet systeem. Dit drukmeetsysteem geeft door de vele ingebouwde sensoren informatie over de statische en dynamische belasting van de voet. Door bestudering van de gait-line en de drukverdeling tijdens het lopen, komen we meer te weten over het functioneren en de afwijkingen tijdens het lopen. Ook kan het looppatroon met inlegzolen in schoenen gecontroleerd worden. Zo komen we te weten of de zolen de juiste correctie geven en of de voet beweeglijk genoeg is om de correctie aan te kunnen en niet wordt over-gecorrigeerd.

Een drukmeet systeem kan belangrijke informatie weergeven:
• de gait-line: grondreactiekrachten onder de voet, zowel met als zonder zolen. De werking van de elementen in de zolen kunnen op deze manier getoetst worden;
• grafieken geven informatie over de duur en de hoeveelheid belasting van het hielcontact, het voorvoetcontact en de hiellift etc.;
• de beweging van de voet zelf: wanneer er sprake is van blokkade’s in de voeten, geeft dit een ander beeld;
• Impulsen onder de voet: dit is met name belangrijk bij patiënten met diabetes mellitus met neuropathie in de voeten. Impuls is de druk maal de tijdsduur. Bij verhoogde impuls is er meer risico op wonden.

 

Cad-cam systeem


Met een cad-cam systeem kunnen computergestuurd podotherapeutische zolen gemaakt worden. Met een speciaal cadcam systeem kan een drie-dimensionale foto van de voetholte worden gemaakt. Dit kan in een gecorrigeerde stand of in de natuurlijke stand van de voet, afhankelijk van het therapiedoel wat de podotherapeut voor ogen heeft. Dit kan een compenserend, consoliderend (ondersteunend), corrigerend of ontlastend doel zijn. Meestal is er sprake van een combinatie van deze doelen. Dit is eenvoudig toe te passen met deze techniek.
Tijdens het podotherapeutisch onderzoek wordt er veel belangrijke informatie verzameld. Uit deze informatie wordt het therapieplan opgesteld. Met behulp van de drie-dimensionale foto van de voet kan een podotherapeutische zool zeer nauwkeurig gemaakt worden.
Er zijn ook cadcam-systemen waarbij uit wordt gegaan van een twee-dimensionale foto van de onderzijde van de voet.

 

Manuele therapie


Manuele therapie van de voet is een techniek die door steeds meer podotherapeuten wordt toegepast. In sommige gevallen draagt een blokkade in één of meer gebieden in de voet, bij in het niet goed kunnen functioneren van de voet. Om dergelijke blokkades op te kunnen heffen kan een manipulatietechniek gebruikt worden. Hierbij wordt met een snelle, korte beweging het vastzittende gewricht “los gemaakt”. De manipulatie dient meestal ter ondersteuning van een andere podotherapeutische therapie (b.v. een taping, zool, etc.)

Podotherapeuten die deze techniek toepassen hebben de post-HBO-cursus “Manuele therapie in de podotherapeutische praktijk” gevolgd. Een podotherapeut is GEEN manueel therapeut en zal zich dan ook beperken tot manipulatie van de voet, enkel en soms het onderbeen/knie. De podotherapeut kan met deze kennis ook gerichter overleggen (met een manueel therapeut, orthomanueel arts, osteopaat, o.i.d.) en adviseren voor verder onderzoek/behandeling

 

Locoregionale anesthesie
Binnen podotherapie krijgt men regelmatig te maken met het behandelen van ingegroeide nagels. Problemen zijn veelal op te lossen door conservatieve behandelingen ofwel ‘niet-chirurgische’ ingrepen. Hiervoor beschikken podotherapeuten over diverse technieken. Door deze technieken kunnen de meeste patiënten vaak al na het eerste consult pijnvrij (of minder pijn) de praktijk verlaten. Dit kan zelfs in veel gevallen als er een ontsteking aanwezig is. Echter, soms is de teen van de patiënt zo gevoelig en is er zoveel wild vlees (granulatieweefsel) aanwezig, dat de behandeling door de podotherapeut te pijnlijk is en er dus niet op een normale manier gewerkt kan worden.

De volgende stap is dat de patiënt via de huisarts naar de chirurg verwezen moet worden om een chirurgische ingreep te ondergaan, waarna vaak de podotherapeut de behandeling weer voortzet om herhaling (recidief) te voorkomen. Dit is een omslachtige manier van behandelen.

Dit heeft er een aantal jaren geleden toe geleid (in overleg met de Inspectie van de Volksgezondheid) om podotherapeuten op te leiden om locoregionale anaesthesie toe te kunnen passen. Echter, in de Wet-BIG is omschreven dat het toepassen van deze locale verdoving een ‘voorbehouden’ handeling is, dat wil zeggen dat deze handeling alleen aan artsen is voorbehouden. Een ontsnappingsmogelijkheid is dat een podotherapeut, die de juiste kwalificaties/opleiding heeft, deze behandeling kan/mag toepassen onder supervisie van een arts.

Dit alles heeft er toe geleid dat de studenten podotherapie vanaf ± 2000 in het onderdeel locoregionale anaesthesie werden geschoold. Tevens waren alle podotherapeuten verplicht zich op dit onderwerp te scholen via een Post-HBO-cursus. Het volgen van deze scholing is zelfs een vereiste om in aanmerking te komen voor periodieke registratie in het Kwaliteitsregister Paramedici.

Toekomstbeeld is dat podotherapeuten in de toekomst zelfstandig deze locoregionale anaesthesie mogen toepassen (in bijvoorbeeld Engeland, Australie, USA, Canada is dat al toegestaan). Daartoe zal in Nederland de wet nog moeten worden aangepast. Tot die tijd kan bovengenoemde behandeling dus wel worden uitgevoerd door een podotherapeut, mits in samenspraak/overleg met een arts.